Waar valt je oog als eerste op als je een interieur binnenloopt: de kleur of de vorm? Deze vraag kwam bij mij op toen ik een paar weken geleden op bezoek was bij een oude bevriende klant. Ook al heb ik al jaren geen winkel meer, af en toe word ik gebeld om een nieuw kleurplan te maken. Mijn rol is dan subtiel meekijken en een duwtje in de juiste richting geven.
Bij binnenkomst ligt een moodboard klaar: een groot vel wit papier vol met uitgeknipte plaatjes uit interieurtijdschriften en folders.
‘Ik wil een rustig interieur,’ zegt de vrouw des huizes, terwijl ik naar een knalrode bank kijk te midden van naturelle plaatjes van hout, bamboe en beige tinten.
‘Ha, lekker rustig die rode bank,’ roep ik lachend.
‘Nee, ik wil geen rode bank. Ik heb ‘m erbij geplakt omdat ik het model zo leuk vind,’ roept ze verontwaardigd.
‘De sfeer op je inspiratiebord zegt wat anders,’ antwoord ik. ‘Het is de kleur die mijn oog direct trekt. Hoe het model eruitziet – recht, rond, of iets ertussenin – heb ik nauwelijks gezien.’
Voor mij is kleur allesbepalend. Ik herinner me nog goed dat ik ooit een bank in een geelgroene tint in mijn interieurwinkel had staan. Hij zat fantastisch, kon in allerlei stoffen geleverd worden, maar denk je nu echt dat iemand dat ding kocht? De kleur was te opvallend, nog geen trend en mensen konden er letterlijk niet doorheen kijken.
Daarna probeerde ik een meer commerciële bank: vergrijsd groen, een stof met een subtiel geweven motief, te strak voor mijn persoonlijke smaak, maar verkrijgbaar in verschillende maten. Het werd een hit. Klanten liepen meteen naar de bank en riepen: ‘Wat een mooie kleur!’ Ik verkocht ze allemaal in dezelfde tint.
Natuurlijk is vorm belangrijk, maar deze oude rot in het vak weet: de juiste tinten kunnen een ruimte transformeren en emotie oproepen nog voordat je het model of het materiaal echt ziet. Daarom is het altijd mijn eerste focus: zorgen dat de kleuren spreken, zodat de rest vanzelf volgt.
In een interieur kiest het oog eerst, je hersenen pas daarna.
Dorrit